Hoe de bijen het varroaprobleem oplossen by Steve Riley
Hoe de bijen het varroaprobleem oplossen
“Hoe de bijen het varroaprobleem oplossen” laat de praktische stappen zien die imkers kunnen nemen om in hun volken te selecteren op makkelijk zichtbare eigenschappen van varroaresistentie. Het legt de wetenschap uit achter de door de bijen aangedragen oplossingen om de mijten onder controle te houden als oplossing voor de grootste uitdaging waar de westerse honingbij nu mee te kampen heeft.
STEVE RILEY was voorheen voorzitter en leraar imkeren van de Imkervereniging Westerham, een vereniging in het zuidwesten van Engeland. Hij is lid van het team genaamd “Op weg naar varroa resistentie in het Verenigd Koninkrijk” dat in April 2023 de website www.varroaresistant.uk lanceerde waar informatie en wetenschappelijke achtergronden over varroa te vinden zijn. Hij geeft in heel Groot Brittannië, onder anderen op de BBKA voorjaarsbijeenkomst en de nationale honingshow, trainingen en presentaties over hoe je de varroaresistentie-eigenschappen kan opsporen.
Hij was ook paneldeelnemer aan de ronde tafel discussie over “telen voor varroaresistentie” op het Apimondiacongres in Kopenhagen in 2025.
VIEW Contents
- Inleiding
- Ontstaan van varroaresistentie
- Varroamijt en virussen; Waarom ze volken overweldigen
- Hoe varroaresistente volken hun mijtpopulaties beheersen
- Waarom het selecteren op varroaresistentie-eigenschappen belangrijk is
- Onderzoek naar varroaresistentie door de imkers van Westerham
- Andere manieren om te monitoren
- Hygiënische gedrag van de bijen tegen varroa gedurende het seizoen
- Factoren die bijdragen aan de gezondheid van het volk
- Selectieproces en de verspreiding van varroaresistentie
- Darren: De spil voor varroaresistentie eigenschappen
- Duurzame imkerij met varroaresistente bijen
- Honingopbrengsten en de overleving van het volk
- Geleerde lessen
- Aan de slag: overstappen van behandelen naar niet behandelen
- Dankbetuigingen
- Referenties en verdere literatuur
- Appendix
- Korte-termijn biotechnische opstap
VIEW Book Review
RECENSIE DOOR MARY MONTAUT AN BEACHAIRE JUNE 2026
Dit boek is verhelderend. Steve Riley benadert het probleem van Varroa destructor in onze bijenvolken op een holistische manier, door het ontbrekende element erbij te betrekken: de levenscyclus van de mijt zelf.
Misschien raakten imkers in paniek toen de mijt hier ruim twintig jaar geleden arriveerde en begonnen we onze volken te ‘behandelen’ met allerlei mijtdodende middelen. We zagen duidelijk genoeg dat de bijen deze behandelingen niet prettig vonden, maar we keken er nogal eenzijdig naar: we moesten die invasieve mijten simpelweg uit de volken zien te krijgen. Al snel ontwikkelden de mijten resistentie tegen de verschillende ‘behandelingen’, terwijl het met de bijen niet beter ging – waarschijnlijk zelfs slechter dan voorheen, door de stress, waardoor ze vatbaarder werden voor virussen en andere problemen.
Het boek van Steve Riley vormt het verslag van het Westerham Beekeepers’ Project, dat in 2017 begon nadat hij Gormanston had bezocht en daar een reeks lezingen van Dr Ralph Buchler over het beheersen van Varroa had bijgewoond. Dr Buchlers meer natuurlijke benadering van varroabestrijding, samen met het groeiende besef onder imkers dat het model van ‘Integrated Pest Management’ in de praktijk niet echt werkte, inspireerde de imkers van Westerham om een ‘behandelingsvrije’ manier van imkeren uit te proberen. De resultaten van dit project zijn buitengewoon fascinerend. Zij realiseerden zich dat er van nature volken voorkomen die Varroa zelf onder controle houden, zonder menselijke ingrepen, en die niet uitsterven zoals men zou verwachten. Het onderzoek van Dr Tom Seeley naar het overleven van honingbijen in het Arnot Forest moedigde hen aan om ‘niet behandelen’ uit te proberen. De laatste tijd groeit bovendien het besef van de waarde van deze ‘vrijlevende’ bijen en hun genetische potentieel.
Het eerste deel van het boek geeft gedetailleerd inzicht in de levenscyclus van de Varroa-mijt, waaronder recent onderzoek dat bijzonder overtuigend is. Zoals collega-imkers vaak opmerken: het heeft voor een parasiet weinig zin om zijn gastheer te doden. De levenscyclus van de mijt is aangepast om voordeel te halen uit de cyclus van het honingbijenvolk, en de natuurlijke reactie van het bijenvolk is om het aantal mijten tot beheersbare niveaus te beperken – evolutie, kort gezegd. Precies hoe van nature varroaresistente bijen dit doen, vormt het onderwerp van dit boek.
Door de plaag te ‘behandelen’, zo stelt Riley, onderbreken we de natuurlijke methoden van de bijen en raken we verstrikt in een vicieuze cirkel waarin de volken die we ‘redden’ hun eigen potentiële ‘oplossing’ niet kunnen uitdrukken. Door onze bijenvolken afhankelijk te houden van behandelingen, belemmeren we dus de ontwikkeling van natuurlijke resistentie binnen de bijenpopulatie. Riley’s beschrijving van de manier waarop Varroa-mijten zich voortplanten maakt duidelijk waarom onze behandelingen niet aansluiten bij het natuurlijke vermogen van de bijen om de mijten zelf te beheersen. In feite hebben we de ‘mijtval’ als belangrijkste maatstaf voor het probleem genomen, terwijl de bijen de mijten kunnen waarnemen, broedcellen kunnen openen en hun ingrepen zo precies kunnen timen dat de voortplanting van de mijt wordt afgeremd. Het openen van broedcellen is al eerder waargenomen, maar zonder goed begrip van de exacte timing van de eigen controlemechanismen van de bijen. Dit boek brengt al deze kennis samen.
In het Westerham Project wordt de nauwkeurige controle van mijten door de bijen zelf wetenschappelijk uitgelegd, waarbij voortdurend aandacht wordt besteed aan de levenscyclus van het volk. De wisselwerking tussen de twee levenscycli – die van de mijten en die van de bijen – staat steeds centraal. Dat is direct relevant voor imkers. Het boek laat zien waar we op moeten letten en wanneer we moeten observeren om de eigen varroacontrole van de bijen te herkennen. Er wordt aanbevolen een gaasbodem met een lade eronder te gebruiken om de activiteiten van de bijen te beoordelen, met name de afgestoten exoskeletten van poppen, die niet eerder op deze manier aandacht hebben gekregen. Het boek legt precies uit waarom deze waarnemingen belangrijk zijn en hoe ze kunnen worden geregistreerd om vast te stellen hoe ‘resistent’ een volk van nature is. Het uitschuiven van de onderste lade onder het gaas verstoort de bijen niet; het vermijden van onnodige verstoring vormt een belangrijk onderdeel van een meer natuurlijke manier van imkeren.
Het doel van het boek is imkers in staat te stellen de populatie varroaresistente bijen te vergroten en de minder resistente lijnen, die momenteel door onze ingrepen in stand worden gehouden, uit te selecteren. Riley is van mening dat onze inmenging in het beheer van bijenvolken de bijenpopulatie als geheel schaadt, omdat hierdoor kunstmatig niet-resistente lijnen in stand worden gehouden die de genenpool verdunnen. Nadat hij de bijzondere vermogens van resistente bijen om zichzelf te redden heeft uitgelegd, beschrijft Riley gedetailleerd hoe de noodzakelijke monitoring en selectie kunnen worden uitgevoerd. Op dit punt wordt de enorme waarde van het project bijzonder duidelijk, en de openhartigheid over moeilijkheden, fouten en vooruitgang is verfrissend praktisch. Kleine opmerkingen in Riley’s schrijfstijl verraden een herkenbare imkersmentaliteit: hij herinnert de lezer bijvoorbeeld aan de afweging tussen de tijd die aan monitoring wordt besteed en de ‘tijd en het geld die worden bespaard doordat er geen mijtbestrijdingsmiddelen hoeven te worden toegepast’.
Ik vond het hoofdstuk over darren inspirerend. Een bespreking van het verwijderen van darrenbroed om Varroa te bestrijden – een ‘biotechnische’ in plaats van chemische methode – laat zien hoe onnodig verspillend deze aanpak kan zijn. Deze vaak ondergewaardeerde bijen krijgen van Riley volledig en betekenisvol erkenning. Hij beschrijft hoe de sterke en gezonde darren van het project een ‘concurrentievoordeel’ hebben op de darrenverzamelplaatsen en zo bijdragen aan een betere algehele vitaliteit van alle honingbijen in de omgeving.
Het daaropvolgende hoofdstuk, ‘Sustainable Apiary for Varroa-Resistant Bees’ (hoofdstuk 12), zal wellicht vooral de lezer aanspreken die direct de praktische details wil weten. Verstandig genoeg vat Riley echter eerst de belangrijkste punten uit de wetenschappelijke bespreking van de eerdere hoofdstukken samen en verwijst hij terug naar de grafieken en illustraties daarin. De manier waarop het Westerham Beekeepers’ Project zijn bijenstanden beheert, wordt zorgvuldig en gedetailleerd uitgelegd zodat anderen deze aanpak kunnen begrijpen. Een bijzonder sympathiek kort hoofdstuk, hoofdstuk 14, ‘Lessons Learned’, deelt bovendien enkele doodlopende wegen en omwegen die men onderweg naar ‘duurzaamheid’ tegenkwam.
Ik wil benadrukken hoe belangrijk ik de wetenschap achter dit boek vind: de verwijzingen in de bibliografie onderbouwen dit overtuigend. Tegelijkertijd blijft de focus voortdurend op de imker gericht. Er wordt gedetailleerd advies gegeven over hoe men kan afstappen van allerlei behandelingen en kan overstappen op een manier van imkeren die is gebaseerd op het herkennen van varroaresistentie en uitsluitend verder telen met die volken. Dit zal steeds waardevoller worden voor imkers overal ter wereld. Interessant is bijvoorbeeld de ervaring in Zuid-Afrika (p. 101), waar ‘niemand behandelde’ toen Varroa arriveerde en de ‘jaarlijkse verliezen terugkeerden naar het niveau van vóór Varroa’. De oplossing van de bijen!
Unavailable